Historie

(bron: jubileumnummer Sallandia 75 uit het jaar 2000)

De oprichting

Het is zeker niet de bedoeling plagiaat te plegen door bijvoorbeeld de jubileumnummers, samengesteld ter gelegenheid van het 25-, 40-,50- en 60-jarig bestaan, als bron te gebruiken. Maar in een geval als dit ontkom je er niet helemaal aan om bepaalde gegevens als uitgangspunt te hanteren. Doordat we onzes inziens de hand hebben kunnen leggen op gegevens die bij voorgaande uitgaven niet voorhanden waren kunnen we toch een nieuw licht laten schijnen op dat wat de geboorte van onze club moet zijn geweest.Het algemeen bekende traject is dat de club op 1 november 1915 is opgericht onder de naam ”Victoria”, welke al ergens bestond en derhalve werd veranderd in ”Sallandia”. Het kasboek leert ons dat de vereniging bestond uit werkende leden hetgeen ons niet verbaast. Maar, dan komt het, ook uit kunstlievende leden. Dat voetbal in die tijd onder kunst werd gerubriceerd klinkt wel heel verheven. We kunnen het niet anders interpreteren als zijnde de huidige donateurs.

Uit de tekst ”Sallandia dit was Uw leven”, geschreven door Anton Verhaagen in het jubileumnummer ”Sallandia 50”, lezen we dat in 1923 tot ontbinding werd overgegaan, waarschijnlijk om financiële en/of organisatorische reden.

Op 12 januari 1925 wordt Sallandia heropgericht. In het notulenboek van die tijd staat in het openingsblad alleen ”Heroprichting 12 januari 1925” ondertekend door 1e secr. J. Douma.

De notulen van de Algemene Ledenvergadering van 25 januari 1925 hebben we kunnen achterhalen. De vergadering werd gehouden in de vergaderzaal van de heer Rattink aan de Houtmarkt alhier (Deventer dus). Er waren 35 lenden (zal een verschrijving van het woord leden zijn geweest) en 1 belangstellende aanwezig. Het voorlopig bestuur trad af en stelde zich herkiesbaar. De samenstelling van dat eerste bestuur is in eerdere jubileumnummers reeds gememoreerd. De ”convercatie” (in latere notulen komt wel ”convocatie” voor) vermeldt dit onder punt I aanmelding bij de NVB volgt, maar ook daarover is in eerdere jubileumuitgaven alles geschreven.

Onder punt III van de agenda van deze vergadering staat de rondvraag vermeld. Hier stelde de heer A. van Ewijk voor om de heer E. Egberts, thans in militaire dienst, aan te nemen als lid en hem voorlopig te ontheffen van contributie. Wordt met algemene stemmen aangenomen. Ook toen probeerde men dus al met voordeeltjes spelers/leden te binden. Interessant was ook het betoog van de heer W. Korteling dat als volgt werd genotuleerd.

”Dat door de vergadering wel degelijk onder ogen moet worden gezien dat wanneer wij het nieuwe seizoen ingaan met flinke moed en energie te beginnen en die ook te behouden en niet zoals spreker zeer terecht zeide dat er misschien enkele leden waren die dachten dat de oude vereniging weer was opgericht alleen voor gezellige dagjes en avondjes door te brengen en het voetbal maar bijwerk was. Wij moeten nu laten zien dat het ons aller ernst is en niet weer in de oude sfeeren ons voortbewegen. Wanneer dat gebeurde dan was er ook nog wel een dag van glorie voor onze oude garde.”

Het is ons onduidelijk wat die laatste zin betekent.

De heer Koers bracht in de vergadering hulde aan de secretaris voor zijn prachtige convocatiekaarten en hoopte nog lang een zelfde soort kaarten te mogen ontvangen als dit de secretaris niet te veel moeite kost. De heer Douma antwoordde dat het hem een genoegen was zoiets te horen en zegde toe dat hij zou zorgen voor goede vergaderbriefjes. Hierop volgde een warm applaus. De slotzin van de notulen van deze vergadering luidde: ”Niemand meer het woord verlangend sloot de voorzitter deze gezellige vergadering”.

Op 9 april 1925 is er opnieuw een Algemene Ledenvergadering bij de heer Rattink aan de Houtmarkt.

Ook hierbij vinden we punten die onzes inziens met de oprichting te maken hebben. Er schijnt een kwestie te zijn die verband houdt met een bestaande vereniging ”Sallandia” in de GVB. In het jubileumnummer ”Sallandia-40” is een brief van Sallandia aan het bestuur van de GVB afgedrukt waarin gevraagd wordt om de oude naam ”Sallandia” terug te mogen hebben. Het is niet bekend of het andere Sallandia van naam is veranderd, in elk geval lijken ze bereid ons onze naam terug te geven. Voorzitter vertelt daarover namelijk: ”Sallandia (niet ons Sallandia) stelt voor dat we ƒ 25,00 voor onkosten drukwerk betalen en de overname van 12 shirts tesamen voor de som van ƒ 60,75”. In de notulen staat dan: ”Het bestuur heeft natuurlijk direct afwijzend beschikt”. Het woordje natuurlijk geeft volgens ons aan dat de mannen van toen niet snel bereid waren geld uit te geven. De oplossing werd gevonden door onze club de naam Deventer voetbal vereniging Sallandia te geven. Slim hè?

Aardig in deze notulen (hoewel er geen direct verband is met de oprichting) is ook de aantekening: ”Door het gepraat onderling werd het den voorzitter wat lastig gemaakt te presideren zodat hij  herhaaldelijk stilte gebood”. Tijdens deze vergadering komt eveneens aan de orde een oude schuld aan de NVB die ook als een barenswee beschouwd mag worden. Het bedrag is ƒ 35,00. Er werden diverse voorstellen gedaan: van het houden van een feestavond tot het vragen van geld voor het bezoek aan de vergadering. Uiteindelijk werd het voorstel van de heer Douma aangenomen, met dien verstande dat de getrouwden er buiten gelaten werden. Dat luidde: Laten we een circulaire hectograferen (in de Van Dale opgezocht, betekent vermenigvuldigen) en die aan de leden sturen. Er werd een commissie benoemd om de gelden te innen.

Op de Algemene Ledenvergadering van zondag 21 juni 1925 deelt de heer Wijnbergen mee dat het ”andere Sallandia” uitkomend in de 2e klasse GVB zich heeft ontbonden, zodat wij nu niet alleen het echte Sallandia maar ook het enige zijn.

In een eerdere Algemene Ledenvergadering was al besloten dat nieuwe leden alleen op deze vergaderingen aangenomen konden worden.

Dat dit geen loze maatregel was blijkt uit de notulen van zondag 16 augustus 1925. Het aangemelde lid waarvan we de naam achterwege laten, werd met algemene stemmen niet aangenomen. Reden werd niet vermeld.

We zijn nu op het punt aangekomen dat de vereniging, laten we in hedendaagse taal schrijven, operationeel wordt. Hoewel een club altijd in beweging is en blijft, kunnen we op dit punt zeggen dat de fase oprichting voorbij is. Dat wil echter niet zeggen dat er in de verder beschikbare verslagen geen interessante vermeldingen zijn gedaan. Misschien komen we daar in een ander artikel op terug.

Het clubhuis

Het clubhuis is het kloppend hart van de vereniging geworden. Alle vitale delen van het  verenigingsleven worden gevoed door de stuwende kracht van deze ontmoetingsplek bij uitstek. Naast ontmoetingsplek rondom de voetbalwedstrijd en naast locatie voor de wekelijkse vergaderingen van het bestuur en de diverse commissies heeft het clubhuis er in de loop van de jaren vele functies bij gekregen. Denk maar eens aan de kaart- en bingoavonden, feesten en recepties, rommelmarkten, jeugdactiviteiten tijdens de winterstop of zoals in 1998 samen naar het WK voetbal kijken.

Voor de eerste generatie Sallandianen was het niet zo vanzelfsprekend om een gezamenlijk dak boven het hoofd te hebben. Toen op zondag 12 januari 1925 D.v.v. Sallandia werd opgericht, gebeurde dat in de vergaderzaal van Rattink aan de Houtmarkt, waar 35 leden en 1 belangstellende aanwezig waren. Tientallen jaren zullen de commissie- en bestuursvergaderingen plaatsvinden in de huiskamer van de diverse functionarissen. Maar voor de wat officiëlere gelegenheden trok men naar het clubcafé. Het clubcafé fungeerde bij gebrek aan een grote lokaliteit als thuisbasis voor de vereniging om bijvoorbeeld een Algemene Ledenvergadering te houden. En meestal was er ook wel plek voor een bescheiden prijzenkast. Voor Sallandia was café Leerink op de Brink het clubcafé. De uitbaatster stond in hoog aanzien bij de Sallandianen, want zij werd liefkozend ”moeke Leerink” genoemd.

In de zestiger jaren werd de roep om een eigen lokaliteit steeds groter. Onder voorzitter Anton Verhaagen verkreeg de vereniging in het najaar van 1967 een vergunning om een clubhuis te bouwen, grenzend aan ons eerste veld. In mei 1968 werd dit clubhuis, geheel uit hout opgetrokken, feestelijk geopend. Clubhuis ”De Lokvogel” was een feit. Toch zal menigeen zich afvragen waar toch die ongewone naam ”De Lokvogel” vandaan komt. Daar moet wel een goede reden aan ten grondslag liggen.

”Zo omstreeks 1965 trainde Sallandia op de velden van Labor en DAVO. De velden lagen iets ten zuiden van het huidige IJsselstreekveld. Bij deze velden stond de boerderij van Tijhaar, waar de betreffende familie een cafébedrijf runde. Een café zoals we dat tegenwoordig in West-Europa niet meer tegenkomen, want op de plankenvloer lag nog zand en het meubilair bestond uit kale bruine keukenstoelen en eenvoudige tafels. En het verhaal gaat dat ‘s winters eerst het bier naast de kachel werd gezet om de klonten ijs eruit te laten verdwijnen. Ook hield het eerste elftal bij café Tijhaar op vrijdagavond de wedstrijdbespreking in de achterkamer. Mevrouw Tijhaar, niet moeders mooiste, werd stiekum ”De Lokvogel” genoemd door de spelers.

En u begrijpt het al, toen Sallandia een eigen lokaliteit kreeg en al de mannen die daar bij betrokken waren en ook nog de tijd bij café Tijhaar hadden  meegemaakt, zich over een passende naam moesten buigen, was de keus snel gemaakt.

Nu vele jaren later heeft ”De Lokvogel” nog niets aan haar magische klank ingeboet. Want zelfs een generatie later kunnen velen de roep van ”De Lokvogel” niet weerstaan.

Toch blijkt in de loop van de tijd dat de gezellige houten Lokvogel niet meer berekend is op haar taak. Er worden plannen gemaakt om een meer eigentijds gebouw te realiseren waarmee de vereniging jaren vooruit kan. Op 15 januari 1972 wordt er voor het eerst vergaderd over eventueel te plegen nieuwbouw. Mede op basis van de technische kennis van tweede voorzitter Jan Broekhuis kan er een afgerond voorstel worden gedaan aan de Algemene Ledenvergadering. Op 15 september 1972 stemt de  Algemene Ledenvergadering om 22.20 uur in met de plannen van het bestuur om een nieuw clubhuis te bouwen. En dat het bestuur voortvarend te werk ging blijkt, want in november 1972 gaat de eerste spade de grond in. De Lokvogel, zoals zij anno 2000 nog voldoet aan de eisen van een goed clubhuis, is in wording.

Op basis van een gigantische dosis zelfwerkzaamheid wordt letterlijk een clubhuis gebouwd door en voor de leden. Op 31 augustus 1973 wordt ”De Lokvogel” feestelijk geopend met een druk bezochte receptie.

Maar naast alle zorg voor vergunningen, tekeningen en technische details is er ook een financieel aspect. De vereniging gaat een hypothecaire lening aan voor 20 jaar om de nieuwbouw te bekostigen. Daarnaast organiseert een loterijcommissie, onder voorzitterschap van Rinus Kiffen, een spectaculaire verloting met als hoofdprijs een auto, welke gewonnen wordt door de heer Bruinewoud Sr.. De baten van de loterij dienen voor een vervroegde aflossing. En dat de beheerder van ”De Lokvogel”, Henk Holthuijsen, zijn zaakjes voor elkaar had blijkt wel uit het feit dat voorzitter Anton Verhaagen al na drie jaar kan melden dat het clubhuis ”schuldvrij” is.

Maar omdat een clubhuis onderhouden moet worden in de ruimste zin van het woord, wordt in de najaarsvergadering op 26 november 1982 een nieuw- en verbouwplan van ”De Lokvogel” door de Algemene Ledenvergadering goedgekeurd. Vooral in de zomerperiode wordt er volop gebouwd. De bar wordt verplaatst en vernieuwd, nieuwe plavuizen worden gelegd en de huidige commissiekamer wordt gebouwd. Het magazijn wordt uitgebreid tot de huidige proporties om de verplaatsing van de bar mede mogelijk te maken. In ieder geval is de totale verbouwing gereed op 27 augustus 1983.

Zo rond het zestigjarig jubileum organiseren de Salland Trimsters diverse rommelmarkten om nieuw meubilair voor het gerenoveerde clubhuis aan te schaffen. Ria Broekhoff, Hennie Kiffen en Dinie Koers toonden aan waar de Sallandiadames toe in staat waren, want het meubilair kwam er. En eigenlijk is een clubhuis van ruim 25 jaar oud nooit af, want in de zomerstop van 1998 vernieuwt een groep zeer professionele vrijwilligers de toiletgroep, hetgeen mogelijk wordt gemaakt door een schenking van de Sallandia Honderd Club. In de najaarsvergadering van 1998 meldt voorzitter Henk Fuchs dat het totale dak van ”De Lokvogel” vernieuwd moet worden en ook wordt er aan nieuw meubilair gedacht. En de bedragen van tienduizenden guldens staan in schril contrast met het  aanvangskapitaal van die eerste houten ”Lokvogel”.

In juni 1999 begint een groep vrijwilligers onder aanvoering van John Kuiper met een ingrijpende renovatie van ”De Lokvogel”. Er wordt een muur verwijderd en het plafond wordt eveneens vernieuwd en ook de bar krijgt een grondige opknapbeurt. Het nieuwe meubilair is dan de finishing touch van het geheel. De Lokvogel is dan ook klaar voor het 75-jarig bestaan in 2000.

”De Lokvogel”, de trots van saamhorigheid en zelfwerkzaamheid, floreert. En dat is mede mogelijk doordat de beheerders steeds weer alle medewerkers hebben kunnen motiveren. Niet altijd is alles zonder slag of stoot verlopen. De ene beheerder was succesvoller dan de andere, maar zij hadden allen de intentie hun werk zo goed mogelijk te doen. Opvallend is dat ook dames de rol van beheerder vervullen. Binnen de mannengemeenschap, welke voetbal nu eenmaal is, houden zij zich prima staande en we mogen dan ook best Corrie Bruinewoud en Simone Nagtegaal noemen in dit verband omdat het zeker niet de minsten waren (en zijn) in de rij van beheerders.

Van marktkraam tot clubhuis is een mooie subtitel voor dit hoofdstuk uit onze geschiedenis. Stond er eerst een eenvoudige marktkraam met koffie en snoep op zondag bij de thuiswedstrijden aan ons  hoofdveld, anno 2000 beschikken wij over een eigentijds clubhuis waar men van een keur aan producten, diensten en faciliteiten kan genieten.

Kleur bekennen

Het voeren van een kleur vindt haar oorsprong in de oorlogvoering. Het was immers belangrijk om midden in het strijdgewoel je medestanders en je vijanden te kunnen onderscheiden. Oud bondscoach Rinus Michels verkondigde al eens:”Voetbal is oorlog.” En misschien zijn er nog wel meer overeenkomsten te vinden met bijvoorbeeld de gladiatoren die streden in de arena. Gelukkig staat fair play ook boven aan het lijstje van Neerlands sport nummer één. In iedere contactsport blijft het wel van groot belang om je te onderscheiden van je tegenstander. Daarnaast geeft het voeren c.q. dragen van clubkleuren een gevoel van saamhorigheid. Je behoort tot een groep en je wilt dat ook uitdragen. In ons clublied zingen we zelfs: ”we zullen waken over ons geliefd geel zwart”.

De kleuren geel zwart zijn onverbrekelijk verbonden met onze naam. Sallandia is afgeleid van Salland. En om maar even helemaal volledig te zijn: Salland, als streek van de provincie Overijssel, wordt begrensd door de IJssel in het westen, de Reest in het noorden, de Hellendoornse en Holterberg in het oosten en de Schipbeek in het zuiden. De kleuren geel zwart komen voor in het wapen van Salland (Het wapen van Raalte is immers ook geel zwart.).

In de heraldiek is er een strenge regelgeving hoe de kleuren gebruikt moeten worden. De meest voorkomende kleuren zijn rood, blauw, zwart en groen. De kleuren mogen nooit aan elkaar grenzen, maar moeten altijd onderbroken worden door een metaal. De kleuren die voor een metaal staan zijn geel en wit, respectievelijk goud en zilver. De clubkleuren van Sallandia voldoen dus aan deze voorschriften. Het gestreepte wapen heet overigens in de heraldiek ”gepaald”.

De kleuren hebben een symbolische betekenis:

Geel:metaal – goud
planeet – zon
edelsteen – topaas
symboliek – verstand, aanzien, deugd, grootheid

Zwart:planeet – Saturnus
edelsteen – diamant
symboliek – rouw

Zo kunnen de kleuren van een vlag, wapen of shirt dus ergens voor staan. Vult u zelf maar in waaraan men kan denken bij het geelzwarte Sallandiashirt.

Het clublied

Als je wilt uitdragen dat je als club een eenheid bent, dan doe je dat door bijvoorbeeld je hetzelfde te kleden, dezelfde kleuren te dragen, maar ook door het zingen van het clublied. Natuurlijk wilde Sallandia ook een clublied en rond 1926 werd ons clublied gecomponeerd door de heer J.A. Wansink. Het verhaal wil overigens dat het clublied op een bestaande melodie is geschreven. Dhr. Wansink was destijds een bekende figuur in de Deventer sport kringen. Hij was verbonden aan de Go Ahead Revue en was tevens onbezoldigd sportverslaggever bij het Deventer Dagblad. De heer Wansink, bijgenaamd ”Jan A.W.”, was werkzaam bij het Geertruiden Gasthuis of Ziekenhuis en overleed in 1942. De tekst staat bol van eer, strijd en trouw. En de feministen zullen bij het lezen van het tweede couplet wel in opstand komen, maar we moeten de tekst lezen in het licht van 1926. Waar het gebruik vandaan komt om alleen het laatste couplet met het refrein te zingen is niet bekend, maar men moet maar zo denken: ”We zijn in goed gezelschap, want van het Wilhelmus worden ook niet alle coupletten gezongen.”

HET CLUBLIED
WIJ STRIJDEN MET GENOEGEN
OP HET GROENE VELD VAN EER
WIJ WERKEN EN WIJ ZWOEGEN
WIJ VECHTEN OM HET LEER
GEWONNEN OF VERLOREN
TOCH KLOPT VOL TROUW ONS HART
DAT STEEDS ZAL TOEBEHOREN
AAN ONS GELIEFD GEEL-ZWART

HET IS SALLANDIA GEGEVEN
HIEP HIEP HOERA, HIEP HIEP HOERA
NOG VELE JAREN OM TE LEVEN
HIEP HIEP HOERA, HIEP HIEP HOERA

DE VROUWTJES VAN DEEZ’ AARDE
ZIJN HEVIG IN GETAL
MAAR VAN GELIJKE WAARDE
ALS ONZE VRIEND DE BAL
OOK ZIJ DIENEN ONS LEVEN
HUN ZONDAGEN ZIJN HARD
TOCH WILLEN ZIJ ZICH GEVEN
VOOR ONS GELIEFD GEEL-ZWART

HET IS SALLANDIA GEGEVEN
HIEP HIEP HOERA, HIEP HIEP HOERA
NOG VELE JAREN OM TE LEVEN
HIEP HIEP HOERA, HIEP HIEP HOERA

ALS DONKERE TIJDEN KOMEN
MEN POOGT ONS NEER TE SLAAN
DAN ZULLEN WIJ NIET SCHROMEN
DE VIJAND TE WEERSTAAN
HIJ DIE ONS UITDAAGT, NAKEND
HIJ DIE DE CLUBGEEST TART
VOL EENSGEZINDHEID WAKEND
VOOR ONS GELIEFD GEEL-ZWART

HET IS SALLANDIA GEGEVEN
HIEP HIEP HOERA, HIEP HIEP HOERA
NOG VELE JAREN OM TE LEVEN
HIEP HIEP HOERA, HIEP HIEP HOERA

75 jaar velden

Gedurende het bestaan van onze vereniging heeft er een ware revolutie plaatsgevonden ten aanzien van hulpmiddelen die noodzakelijk zijn om een sport te beoefenen dan wel te veraangenamen of naar een hoger prestatieniveau te helpen tillen. Misschien liggen het meest vers in ons geheugen de ontwikkelingen in de schaatssport, maar er is met gemak een aantal andere sporten te noemen. Wat wij willen is het volgen van diverse ontwikkelingen in de voetbalsport gedurende het bestaan van onze vereniging.

Vanaf de oprichting op 12 januari 1925 is er in de notulen niets te vinden dat aangeeft of er al georganiseerd werd gevoetbald en zo ja waar. De heer Koers stelt in de vergadering van 3 maart 1925 voor een speelveld te huren van de gemeente voor oefening totdat wij een veld hebben. (Veld werd overigens geschreven als ”feld”.) De vergadering gaat akkoord. Hieruit valt af te leiden dat we tot op dat moment geen vast speelveld hadden.

In de notulen van de vergadering van 21 juni 1925 komen we tegen dat de heer Stegeman in de rondvraag stelt: ”Kan er eens geen wedstrijd gespeeld worden?”. In dezelfde vergadering merkt de heer Douma op dat de leden er vooral aan moeten denken de kleedkamer, de hekken enzovoort bij het verlaten van het terrein te sluiten. Uit laatstgenoemde kunnen we distilleren dat er sprake moet zijn geweest van een vast honk. In diezelfde vergadering vraagt de heer De Lange:”Kan de vereniging ”Ons Genoegen” op donderdag ons veld (sic) krijgen om een wedstrijd te spelen tegen E.S.V.”. Wordt goed gevonden. Weer een aanwijzing dat we over een (speel)veld beschikken. Uit de notulen van de vergadering van 16 augustus 1925 blijkt dat het geen ”Wembley” is waar we op spelen, getuige de volgende verslaggeving. ”Ons Genoegen” heeft ge(mis)bruik gemaakt van onze doelnetten en er wordt vastgesteld dat het daar geen recht op had. In dezelfde vergadering vraagt de heer Douma wanneer de doelpalen eens in orde worden gemaakt. Hij krijgt als antwoord dat eerst de koeien van het terrein moeten, daar het anders toch nutteloos werk is. Gezien de gepubliceerde uitslagen in het jaarverslag van 26 januari 1926 spelen we wel uit- en ook thuiswedstrijden. Nog steeds is er geen naam van de locatie gevallen. Uit een gesprek ter gelegenheid van het 60-jarig bestaan met ons oudste lid Nardus Ipenburg blijkt dat het echter het Kikkersgat is geweest. De exacte plaats is niet bekend maar het moet ergens bij het ”Drie kwartiers Laantje” zijn geweest.

Het verslag van de vergadering van 25 oktober 1926 maakt weer gewag van een brief aan de Gemeente Deventer om een speelveld toegewezen te krijgen. In het jaarverslag van 13 januari 1927 stelt de heer Evers dat als de vereniging een veld wil hebben van de gemeente, men er wel achterheen moet zitten. Er wordt hem medegedeeld dat er een ander veld  bedoeld wordt dan de zogenaamde damborden (?). Op 18 maart 1927 deelt de voorzitter mede dat het bestuur een nieuw terrein heeft machtig kunnen worden en zet het een en ander daarover uiteen. Er komen diverse vragen zoals: ”of de koeien er uit kunnen, wordt de afrastering door ons betaald, of het veld vlak aan de weg ligt” en dergelijke. Nog steeds is de plaats niet duidelijk maar gezien de vragen kan het bijna niet anders of het gaat nog steeds over het Kikkersgat.

Op 13 januari 1928 stelt de heer Douma vast dat er in het contract met de boer een artikel bij moet. Hem wordt medegedeeld dat hij bij het bestuur moet zijn. Volgens ons spelen we nog steeds in/op het Kikkersgat hetgeen we onzes inziens oktober 1928 nog doen omdat de sleutel van de verbandkist nog steeds naar ”de boer” moet worden gebracht.

Plotseling en zonder dat er in de notulen iets over te vinden is ontstaat er dan een nieuwe situatie. In de vergadering van 3 mei 1929 vraagt A.B.A. Kolkman: ”Of het niet wenselijk is dat er bij de  Handelsschool een bordje wordt neergehangen met het opschrift – Naar het terrein Sallandia- daar er op het aanplakbiljet stond Ceintuurbaan”.

Overleveringen vertelden ons steeds dat we van het Kikkersgat verhuisden naar de speeltuin van Jan Halle. Daarbij werd aangegeven dat die op de Zandweerd gelegen zou zijn. Hetgeen weer niet overeenkomt met bovenstaande alinea. Op 12 November 1929 ervaren we dan het volgende. Na een conferentie te hebben gehad met de secretaris der Lichamelijke Opvoedingen werd besloten het nieuwe terrein, namelijk het E.L.T.O.-terrein te aanvaarden voor een huurprijs van ƒ 200,00 per jaar. Waar het terrein ligt is opnieuw niet duidelijk.

Het duurt dan tot de notulen van de vergadering van 16 november 1930 voordat we weer iets over het terrein horen. Nog steeds niet wetend waar het gesitueerd is vernemen we dat de heer G. Lebbink op het terrein is geweest en dat hij het nog lang niet volmaakt vond. De voorzitter werd verzocht hierover contact met het gemeentebestuur op te nemen.

Tot 4 februari 1946 zijn er dan geen gegevens  voorhanden met betrekking tot het terrein waarop we spelen. De crisistijd en de volgende Wereldoorlog II zullen hieraan voor een (groot) deel debet zijn.

Op 4 februari 1946 wordt Go Ahead verzocht of wij gebruik mogen maken van hun terrein voor het spelen van de wedstrijd tegen Labor. Die toestemming krijgen we. Op 12 augustus 1946 deelt de v.v. Roda mede dat ze hun speelveld te onzer beschikking stellen voor het bedrag van ƒ 12,50 en vrije toegang voor hun leden.

We schrijven 9 september 1946 als de heren Baankreis, D. Egberts en G.Lebbink ter vergadering verschijnen met een voor die tijd vooruitstrevend voorstel. Dat houdt in het in het leven roepen van een renteloos obligatiefonds om eventueel te komen tot een eigen speelterrein of een eigen clublokaal. Hetgeen onzes inziens aangeeft dat we daarover op dat moment niet beschikken. De notulen vermelden
dan: ”Na een geanimeerde gedachtewisseling wordt besloten dat deze heren verdere plannen zullen uitwerken”.

Op 26 september 1946 deelt de Gemeentelijke Stichting ons mee dat wij vanaf 1 september (1946?) weer de beschikking krijgen over ons speelveld. Weer geen aanduiding waar. Gezien de datum kan het haast niet anders of dat moet op het huidige industrieterrein geweest zijn. Zekerheid daarover hebben we echter niet.

Dat we ook wel eens uitweken blijkt uit het inwilligen van ons verzoek aan Go Ahead om belangrijke wedstrijden op hun terrein te spelen tegen een vergoeding van 25% van de recette. Sallandia gaat daarmee akkoord.

We gaan kennelijk weer verhuizen want op 23 mei 1947 deelt de Gemeentelijke Stichting ons mee dat we geen gebruik van ons 1e speelveld kunnen maken. In de vergadering van 27 juli 1947 neemt  voorzitter G. Vrolijk het op zich om nogmaals contact op te nemen met de heer Smaal teneinde een definitieve toezegging voor een speelveld te krijgen.

Op 17 september 1948 is er een vergadering die meer duidelijkheid verschaft over ons speelterrein. Daar wordt namelijk besloten dat de zitplaatsen links van de tribune beschikbaar zullen zijn voor leden. Dat moet dus het veld (met sintelbaan) van het sportpark op het huidige industrieterrein zijn geweest.

Eind 1948/begin 1949 is er iets aan de hand. Er worden steeds contacten gelegd tussen de verenigingen onderling en besprekingen gehouden met de gemeente. In de bestuursvergadering van 22 februari 1949 brengt G. Vrolijk een rapport ter tafel van  de bespreking met de gezamenlijke verenigingen over de nieuwe sportvelden.

In de bestuursvergadering van 31 mei 1949 wordt besloten dat ter gelegenheid van de nieuwe terreinen D.W.V. uit Amsterdam zal worden aangeschreven om tegen ons 1e elftal te komen spelen. Mocht dat niet lukken dan zullen Z.F.C. Zaandam of Enschedese Boys worden aangezocht. We hebben het dan duidelijk over onze huidige terreinen op sportcomplex de Zandweerd.

Voor het eerst wordt met name genotuleerd over de Zandweerd als 14 juni 1949 een voorstel van de heer Toet ter tafel komt tijdens de bestuursvergadering met betrekking tot de opening van de nieuwe velden op de Zandweerd. Wanneer dat precies is geweest is niet terug te vinden in de analen. Wel spelen wij het seizoen 1949/1950 voor het eerst op ”de Zandweerd”. De fenomenen zitplaatsen, 1e rang, 2e rang en ”jongensrang” ofwel het kippenhok kennen we allang niet meer. Wel moet daarbij bedacht worden dat de publieke belangstelling toen veel groter was dan nu. Ten eerste speelde ons 1e elftal toen 2e klasse K.N.V.B. en ten tweede was er niet zo’n ruim aanbod van mogelijkheden.

Op de Zandweerd zijn we als vereniging in materieel opzicht vooruitgegaan. Van houten kleedkamer met een koudwatervoorziening en banken waaronder middels een scharnierende klep ballen, netten en dergelijke werden opgeborgen tot weliswaar niet super-de-luxe maar toch zeer behoorlijke  kleedkamers. (Laten we die dan ook niet afbreken of op andere wijze vernielen.)

Van een soort koek en zopie tent, door een aantal dames in weer en wind gerund, tot een eigen clubhuis waar naast voetbal ook andere verenigingsactiviteiten mogelijk zijn.

Sportief gezien zijn we zonder twijfel achteruit gegaan  in al die jaren. Oorzaken zijn nooit duidelijk aan te geven maar zijn meestal complex. In dat opzicht zijn we niet de enige club. Duidelijk is dat een club altijd golfbewegingen kent en je kunt je afvragen of hoe hoog je speelt wel zo belangrijk is in aanmerking nemend dat de helft van de Eredivisie al weinig voorstelt. Belangrijker is dat je met een stel vrienden plezier aan het voetbalspel beleeft. Dat het uitgangspunt daarbij is; zo hoog mogelijk, mag duidelijk zijn.

Hoewel we niet exact alle plaatsaanduidingen en data hebben kunnen geven is het toch een beeld geworden van een club die met vallen en opstaan uiteindelijk haar vaste stek heeft gevonden.

We denken dat ”de Zandweerd” ons thuis is en moet blijven.